Ja, net hoorde u me. Ik wil worden gekloond. En niet alleen ��n kloon, verscheidene in feite.

Ik heb over de ethiek van het klonen gedacht. De identiteit van klonen, ouderschapskwesties en allen. En ik heb beslist. Ik wil worden gekloond.

Ik wil een kloon voor mijn zaken zorgen. Aangezien hij een kloon is en als de wetenschap juist is zal hij mijn trekken, hopelijk mijn vermogen en integriteit, iemand delen ik kan vertrouwen op.

Ik wil een andere van mijn kloon voor mijn (onze) familie zorgen en juiste zorg van mensen nemen die van hem afhankelijk zijn.

Ik wil een andere mijn innovatieve idee�n uitvoeren en producten bouwen en mijn dromen leiden tot bloei.

Ik wil een andere van mijn kloon zijn leven wijden aan het Onderzoek van de Cel van de Stam en in het vinden van behandelingen voor ziekten helpen.

Ik wil andere van mijn kloon zijn leven aan het ontdekken van behandeling voor diabetes wijden, hopelijk een bekwaam om met mijn kloon te werken die op de Cel van de Stam onderzoekt. Tussen beiden ben ik hoopvol van het hebben van een behandeling spoedig voor diabetes.

Ik weet het, kennend, zullen zij in harmonie met elkaar als ��n enkele gelukkige familie leven. Ik zal aan dat zien.

En dan definitief kan ik de rest van mijn leven besteden doend - niets, die in een afgezonderde vlek in Himalayagebergte vanaf iedereen blijft, dat de rest van mijn dagen op zoek naar waarheid besteedt, tot ik het of tot dood vind, welke vroeger kom.